vrijdag 9 september 2016

De zevende dag

Na de stress van gisteren beloofden we vandaag ons zelf een rustdag. Er stonden geen pelgrims geboekt. We hoefden niet te wassen. Het huis is nog kraakhelder. En het lijstje met klusjes loopt niet  weg. Er is genoeg te eten, dus we hoeven niet te koken. 
Daarom leek het ons leuk om eens een Bazosous te kijken. Een dorpje verder op. MaarCalvinistisch als we zijn, voelt dat niet helemaal goed. Zomaar op een morgen een terrasjes pakken. Daarom bedachten we dat we eerst wel brammen zouden kunnen plukken om de route die we begin deze week gelopen hadden. Dan doen we toch wat nuttigs. 
En zo zatten we om 9.00 uur al in de auto, nadat we het Franse oudere echtpaar hadden uitgezwaaid. Ze hadden zo iets leuks geschreven in het gastenboek: verzorgd door prinsessen en gegeten als koningen. Toch erg leuk om te lezen.
Gewapend met een grote afwasteil en plastic zakken gingen wij op weg naar de bramen. Maar wat een pech, alle heggen zijn gesnoeid en daar gaan de lekker bramen. We stonden echt even raar te kijken. Twee dagen geleden nog grote heggen met bramen en nu een kale gesnoeide chaos.
We besloten om maar richting Bazousos te rijden in de hoop nog ergens een ongesnoeide heg te treffen. Via het kerkje dat we vanuit Le Chemin kunnen zien liggen, Mont Sabot, rijden we naar het doel van vandaag. En zo zien we gelukkig na een paar km weer heggen en nu met bramen. We plukken weer een kilo of 3. Goed voor 10 potten bramenjam.
Op het terras van de familie Grenout drinken we om half elf een een kopje koffie. We genieten van de zon, die heerlijk van temperatuur is.
Eenmaal weer in de herberg beginnen Etty en Yvonne aan de bramenjam. In verband met de beloofde rustdag vlie ik me zelf in de tuinstoel van Yvonne. Maar  dat voelt toch niet zo goed. Dus bedenk ik mij hoe ik van de restjes stof een hoes voor mijn herbergiersmatras zou kunnen maken. Dat denken doe ik  in de luie stoel. Als ik weet hoe het zou moeten, kan ik het niet laten om stof te pakken. Na wat meten en leggen kan ik zonder extra stof de hoes maken en ik besluit toch maar wat te gaan zomen alvast.
Rond half drie zijn Etty en Yvonne zover dat we kunnen lunchen. Vanmorgen zijn we al start met ieder twee toetjes van gisteravond. Nu nemen we een wrap en een bakje bietensalade. Na de lunch vallen mijn ogen dicht. Ik word om 17.00 uur met een schok wakker en dan arriveren er toch nog een pelgrim en haar vader. We drinken samen thee. Ze zijn diep onder de indruk van de herberg en de omgeving.
Het diner vanavond is een makkie. Soep van gisteren, groene salade van gisteren, bietensalade van gisteren, wrap van gisteren, gebakken aardappeltjes de tuin en een rijstepap toe(van de rijst van gisteren).
De rijstepap is nog wel even spannend, want dit kan zo aanbrandden. En als het  langduurt ik slecht mijn aandacht erbij houden.  Maar het resultaat mag er zijn, de rijstepap in kleine schaaltjes met bramenjam en een wentelteefje van restjes stokbrood op een bordje ernaast. Een prachtig gezicht.
Onze pelgrim ziet er erg dun uit en het toetje is wel machtig. Daarom doen we na het hoofdgerecht even een breek en gaan onze pelgrims het dorpje Le Chemin verkennen. Yvonne leidt de pelgrim en haar vader door het dorp. Etty en ik wassen gauw af. 
Daarna maken we het toetje soldaat en drinken een kopje "slaapthee" . Ondertussen melden zich twee pelgrims voor morgen, glutevrij. Dat wordt nog wel even een leuke uitdaging. Het mooiste is alle mensen gewoon hetzelfde kunnen eten. Daar gaan we voor. Yvonne is al internet aan het afzoeken naar idee├źn, want er ligt ook al gesneden snijbiet klaar. We gooien natuurlijk niets weg, dus de snijbiet moet ook verwerkt worden. En zo is het toch weer zo half elf.









Geen opmerkingen:

Een reactie posten