zaterdag 23 april 2016

De negende dag van Castro-Urdiales 25 km

Na een goede nacht werd ik uit mezelf wakker. De goede nacht was niet vanzelfsprekend, want de herberg was erg spartaans. Ik moet altijd wel even slikken van het bed en viezigheid. Ik heb geen sloop bij me. Dus ik heb een sjaal om het hoofdkussen gebonden. Die had ik nog niet gewassen deze reis en zowel de sjaal als het kussen roken. Ook sliepen we met 18 mensen in een ruimte. Het grote voordeel is dat het niveau van slaapgeluiden wat egaler is. Als je op een kamer met 3 personen ligt en er snurkt een, dan is dit wel heftig. Maar bij 18 mensen valt alles in het niet. Het is maar goed dat ik 's nachts bijna niet hoef te plassen. Ik zou niet weten hoe ik hier tussen alle rugzakken en bedden de weg naar de gang zou kunnen  vinden in  het donker. Celes, de beheerder, wenste iedereen persoonlijk weltrusten en om 22.00 uur exact, gaat het licht uit. Niemand las meer of had een lampje. Ik durfde geen kabaal meer te maken om mijn oortjes te zoeken voor een luisterboek. Maar gelukkig was ik binnen de kortste keren vertrokken, om rond 24 uur wakker te schrikken van een verdwaalde pelgrim,  die nu pas naar bed ging. 
We hadden nog wat brood en in de herberg was een waterkoker, zodat we een kopje thee konden maken. Vol verbazing observeerden we een Fin die maar heen en weer bleef lopen en bleef trekken aan spullen. Broek aan, broek uit. Legging aan, broek erover aan, broek weer uit, legging weer uit, broek weer aan. Sommige mensen nemen het lopen wel heel erg serieus. Ik zelf ben wel eens te gemakkelijk. Mijn sokken heb ik nog niet gewassen. Ik moet er niet aan denken om deze op de hand te wassen. Als er geen centrifuge is dan worden ze niet droog en zit ik met de natte troep. Maar ze ruiken. Ook mijn sjaal heb ik niet meer met plezier om. Deze ruikt ook. Wat maakt dat je dit toch onderneemt? En ik niet alleen, meer dan 300.000 mensen per jaar. Stinkende kleren en slapen op plaatsen waar je anders niet aan zou denken.
En zo liepen we om half acht. Een prachtige route. Langs de kust, echt langs de kust. Er waren stukken dat als je je verstapte, dan lag je10 tallen meters lager. Na twee uur kwamen we bij een cafe van een camping. Ik ben wat misselijk. denk ik van het water met chloor. Dus nu een stevige cafe americano. Heerlijk. Er was helaas geen WiFi en gisteren in de herberg ook al niet. Dus het thuisfront moet maar raden hoe het gaat. Mijn sms'jes doen het ook niet. Gelukkig met MijnHerbergmaatje wel. Stel dat we elkaar uit het oog verliezen, dan is het wel handig dat je elkaar kan bereiken.
Na de cafe americano vervolgen we de weg langs een, gelukkig niet erg drukke, grote weg. We lopen naast de vangrail of zelfs op muur de de weg scheidt van het water van inmiddels de rivier. Best wel eng. Mijn Herbergmaatje vindt het te griezelig en loopt toch op de weg. Kilometers lang. Boven ons hoofd verschijnt een drukke snelweg. Ik heb foto's gemaakt, maar je kunt het niet goed zien hoe hoog het is.
Rond 12 uur komen we weer in een dorpje. Mijn voeten en enkels doen zeer. Gristeren had ik ook al last. Niet echt de spieren, maar het staan op de voeten. Binnen in. Ik besluit om een paracetamol te nemen. Ben ik normaal wat huiverig voor, maar we zijn nu nog maar halverwege. De pijn is er niet voor niets. Straks voel je niet dat je iets kapot loopt. We nemen een lange pauze en ik zie in het routeboekje dat we nog een stevig klimmetje voor de boeg hebben. Klimmen vind ik niet erg. Ik word wel heel warm, maar heb dan niet zo last van mijn benen. Na een koffie en een broodje gaan we weer verder. Ik heb ook de app nog bekeken. Het wordt er niet anders van. De vele kilometers liggen nog voor ons. We hebben het erover, MijnHerbergmaatje en ik. Je moet wel van doorzetten weten. Of een hele goede conditie hebben. De conditie van mij is wat minder, maar aan mijn doorzettingsvermogen mankeerd gelukkig niets. De ontberingen van kou, warmte, natheid, honger en pijn moet je wel aankunnen. Het is niet groots in de zin van grootse prestaties, maar het vraagt wel wat. De Camino de Frances is in vergelijking met deze tocht een eitje. Hoewel ik lange afstanden vlak lopen ook slecht volhoud. En elke keer vraag ik het me weer af.....waarom doet een mens zich dit aan. Ik kan ook vier weken ergens aan het strand gaan bivakkeren. Ik doe het niet om thuis te laten zien: van kijk mij nou. Als je dit nog nooit gedaan hebt, zegt het mensen thuis toch niets. Ik merk wel dat ik direct als ik bijvoorbeeld een stuk geklommen heb en dan weer wat meters vlak kan lopen, mijn inspanning accuut vergeet. Ook elk dag begin ik, als ik maar wakker en uit mijn bed ben, met plezier. Na vijf minuten lopen denk ik wel: waarom doe ik dit mij zelf aan...... Maar dan kijk ik rond en zie de natuur, de zee, de bergen en de gedachten over wil ik dit nou wel, verdwijnen als sneeuw voor de zon. De dankbaarheid over deze kans krijgen voert dan de boventoon. Het lijf dat wil, de zon die schijnt, de poncho die op goede momenten warm is, de klim die net stopt als je bijna niet meer kan. Het geeft een heerlijk gevoel. 
Het is ook gek de als de weerberichten slecht zijn en je vertrekt toch droog, je tegen elkaar zegt na een droog uur: dit hebben we toch al maar weer mooi binnen. En als de regen na een paar uur stopt: het had ook de hele dag kunnen regenen. Het is glas is altijd halfvol. Na deze beschouwingen blijkt de klim al weer ten einde te zijn en lopen we een schitterend dal in. Puur en ongerept. Hier en daar een schuurtje. Het is een vreugde om hier te lopen en te genieten. De voeten doen het prima en in de . rand van de berm nemen we een appel en een banaan. Dan moeten we onder een drukke snelweg door. Dat is jammer. Zonde van dit obstakel in het landschap. We lopen een prachtig lieflijk dorpje binnen. Voordat we het weten staan we voor de herberg. En er is plaats in de herberg. Gelukkig is er een wasmachine. Mijn stinkende sokken zijn er aantoe. Helaas, de wasmachine is "broken" volgens de herbergierster. Maar gelukkig is er warm water er zeep. En het waait... En zo hangen na 15 minuten de inmiddels schone sokken, pijpen van de broek, mijn sjaal en mijn handdoek in de zon. Na een glas rode wijn in de bar blijkt alles bijna droog te zijn. Dan nog maar even over de rand van het bed. Na het eten hebben we nog meer geluk, er is verwarming en de stoom komt ons tegemoet. Hoeveel geluk kan een mens hebben..... Dat betekent een hete nacht....Nou ja, het had ook te koud kunnen zijn. 














donderdag 21 april 2016

De achtste dag van Portugalete naar Castro-Urdiales 23,4 km

Na een wat rommelige avond waar we bijna geen maaltijd konden bemachtigen,we belanden bij de Telepizza, stonden we rond kwart voor acht bij de bushalte. Een kwartier te vroeg, maar je weet het hier maar nooit in Spanje. Er kwam een bus. Deze ging maar La Arena, maar het nummer was anders dan dat degene in het informatiehokje had gezegd. Ook de tijd was anders. Maar dat mocht de pret niet drukken. We belanden ook niet in La Arena, maar in het dorpje erna. We waren er doorheen, voordat we het in de gaten hadden. Het was een stralend morgen. De berichten waren op de tv bij het ontbijt in de herberg vreselijk. Maar aan het weer  valt nu eenmaal niets te doen. Elk droog uur stemt tot dankbaarheid. Zoals wij de Camino doen, zou dankbaarheid de boventoon moeten voeren. We zijn gezond. Hebben nog geen mankementen. Hebben het erg gezellig met elkaar, MijnHerbergmaatje en ik. We zijn gezond, ons lijf is sterk, we hebben genoeg geld. Daar sta ik soms te weinig bij stil. Gisterenavond aten wij al mopperend onze pizza. Op plastic stoelen onder tl lampen. De gezelligheid was ver te zoeken.  De bestelde pizza werd in stukken voor ons gesneden. En het bestek was een servetje. Er was in het hele stadje geen plaatsje te vinden om een avondmaaltijd te kopen. Wel overal de kleine hapjes: pintos. Maar we wilden na de dag regen gewoon een fatsoenlijke warme hap. Die bleek er niet te zijn en zo kwamen we bij de Telepizza. 7 euro voor een maaltijd is natuurlijk niets. Terwijl ik aan het nadenken was wat ik met mijn laatste twee stukken pizza zou doen, nog opeten of meenemen, kwam er een jonge vrouw binnen met haar kind op de buik. Ze vroeg om geld. In het redelijk welvarend ogende stadje valt dit wel rauw op je lijf. Bedelen gebeurd wel meer, maar om 21.00 uur 's avonds met kind is wel wat anders. We boden haar onze stukken pizza aan, die ze aannam. Ook van een andere gast kreeg ze wat. Van de baas van de zaak kreeg ze voor het kind een ballon. Je weet de geschiedenis niet, maar het voelt niet goed. Het maakt wel uit waar je wieg heeft gestaan. 
Met deze beschouwingen starten we onze wandeling. Gisteren zijn we gestrand, omdat er geen herberg bleek te zijn in Pobena. 
Vandaar dat we vandaag dit stuk met de bus deden en nu vol goede moed langs de kust lopen. Na twee dagen stad was dit heerlijk. Hoewel de berichten erg slecht zijn, is het erg zonnig en al gauw lopen we in ons shirt. Een prachtige route en na twee en half uur belanden we in de eerste bar. De café con leche kan ik niet meer zien. Dus nu een stevige cafe americano. Dat likt het meest op Holandse zwarte koffie. Vervolgens lopen we in een dal en moeten een kort, maar afschuwelijke klimmetje maken. De rest van de weg is een eitje, qua klimmen. Maar de lengte. We hebben er dan al drie en half uur op zitten en moeten dan nog drie uur lopen. Mijn voeten beginnen per stap meer zeer te doen. Het is afzien. Ik kan dus beter klimmen en dalen, dan kilometers met straf tempo vlak lopen. Helemaal uitgeput belanden we in de herberg municipale. Spartaans is de kwalificatie. We worden door Ganese jongen ingeschreven. MijnHerbergmaatje krijgt terwijl ze een praatje met hem maakt een bord spagettie. Na mijn powernap krijg ik een kop thee. We zitten samen om een grote tafel in de ontvangst ruimte. Celos de Ganees maakt liters thee. Steeds meer mensen schuiven aan. Een Portugese dame, de Oostenrijker, Mario, ik weet nu zijn naam. Een Nederlands meisje, een Duiste jongen en een oudere Franse meneer die we eerder hebben getroffen! De Japanner blijkt er ook te zijn en deze ligt al te slapen. Zijn ritme is wat verkeerd. Hij staat om 4 uur op. Begint gelijk met lopen. Komt vroeg in de herberg, waar meer dan genoeg plaats is. Slaapt de hele middag en avond. En maakt 's nacht iedereen wakker. Hij doet zijn best om zachtjes te doen, maar dat lijkt niet helemaal te lukken. 
Eindelijk komt het Camino gevoel van de Frances een beetje boven.  De aantallen pelgrims stellen niets  voor. Maar een praatje met elkaar en een vriendelijk herbergier doet wonderen. 
En de dag is helemaal compleet als het lukt om een menu del dia te krijgen. Samen met het Nederlandse  meisje dat gestart is in Bilbao eten we. Het is gezellig. We wisselen verhalen uit. De waard is hier ook weer erg aardig. 
O, ja, het voorspelde slechte weer? Niets van gemerkt. Heb zelfs nog even in de baai gebadderd met mijn voeten in de zee. Het was een goede dag!








Naast de herberg: de arena voor stierengevechten.

In de herberg naast mijn bed.






woensdag 20 april 2016

De zevende dag van Bilbao naar Portugalete 18 km

Vanmorgen na een ontbijt in de herberg konden we ons gelijk in de poncho's hijsen. Het regende en niet zo'n beetje ook. Dat is altijd wel even slikken, maar het is niets anders. Je kunt er in blijven hangen, maar er veranderd niet aan. Dus we gaan toch maar.
Zoals gewoonlijk in de stad valt het niet mee om de route te vinden. Ik gebruik twee boekjes. Camino del Norte van Rother en een app van ..... Een Engels iBook. De routes zijn net iets anders. Soms net andere stopplaatsen. Dus in het ene boekje een start ergens en het andere boekje ergens anders. Ik weet dan niet meer precies wat ik gelezen heb. Zeker met de regen valt het tegen. Je kunt dan niet op de app of het boek kijken. De route wordt aangegeven, maar of dit dan helemaal goed is? De route is goed aangegeven, maar wijkt wel af van het Rother boek. Het belangrijkste is dat je bij een herberg beland. En daar ging het wel even wat fout, want op het einde van de route is geen herberg. Of zoals gisteren gesloten. Dus vandaag maar een korte route. Morgen beginnen we met een stukje bus en lopen dan van La Arena naar Castro-Urdiales. 24 km en niet zoveel klimmen. Het laatste stuk kunnen we niet met de bus, want daar loopt de bus lijn niet langs. De route Camino del Norte is dus wel wat ingewikkelder dan de Camino Frances. De route is goed aangegeven, maar in april liggen de herbergen die open zijn nog ver uit elkaar. Ik heb toch noet genoeg dagen, dus af en toe een stukje overbruggen met de bus is dan prima.
Ik had vandaag mijn dag niet. Was steeds wat misselijk. Ik heb gisteren nog wel een hap genomen van mijn eten. Het smaakte prima, totdat ik dacht dat het mosselen waren. MijnHerbergmaatje voelt zich ook niet helemaal fit. Dus het kan ook wat buikgriep zijn. 
Het heeft echt uren geduurd voordat we Bilbao uit waren. Eigenlijk hebben we de hele tijd in de stad gelopen. Je glijdt van het ene stadje of wijk zo de andere weer in. Rond een uur of 12.00 moesten we even zitten. Hoewel de rugzak licht is, voelde ik vandaag mijn voeten, de schouders etc. Ik liep in mijn shirt met daaroverheen de poncho. Het is niet koud en de poncho is gauw te warm. Alles deed zeer. Ik heb ook een blaar. Niet een grote, maar een klein bloedblaartje. Bovenop mijn voet. Ik denk doordat de sok niet goed aangesloten zat. Eigenlijk valt het wel mee, maar ik voel toch steeds wat.
We hebben het er over met elkaar, war maakt dat we hier in de stromend regen lopen. We konden ook een weekje Lanzerote of zo afspreken. Lekker op een stretchbed aan de rand van het zwembad of strand. 's Avond lekker in een hotel. Loop je hier met natte kleren en stinkende sokken. Al het eten op. Geen winkel of zo te zien. Wat doe ik mezelf aan. Ik kan niet goed aangeven wat het is dat het maakt dat ik elk jaar terug wil. Het is toch de sfeer of het ritme. Je moet gewoon lopen. Het eigenlijk geen keus. De herbergen gaan op 9 uur dicht en pas weer in de middag open... 
In de bar keek ik eens op de app met de kaart. Door het lopen van stap naar wijk ect. weet je niet goed waar je zit. Toen pas ontdekten we ook dat de herberg waar we naar toe wilden nog niet open was. De dichtstbijzijnde geopende herberg was op 1,5 km. We besloten om deze dan maar op te zoeken. Inmiddels scheen de zon weer. Dan ziet de wereld er gelijk anders uit. Portugalete, waar we blekken te zijn, is een mooi stadje. De promenade aan de rivier Ria de Bilbao is mooi aangelegd. Het is in de stad erg druk en zeer veel hoogte verschillen. Het ligt tegen een berg aan. Je zult hier maar slecht ter been zijn. Dan heb je wel een probleem.
Met enig gezoek vinden we de herberg. Deze is schitterend. Je kunt er koken of een kopje thee zetten. Het is wel grappig. De herbergierster verstaat zoals meestal geen woord buiten de landsgrenzen. Maar ze heeft een app. Je kunt je vraag in het Nederlands stellen en op het beeldscherm komt de tekst in het Spaans en omgekeerd. Dat maakt het allemaal net even wat makkelijker. Het is wel hilarisch, want de vertalingen zijn wel wat krom. Het enige wat ik wil, is naar bed. We hebben weer lakens en ik maak zo snel als ik kan mijn bed op. Binnen een paar minuten ben ik vertrokken en rond half vijf ben ik weer wakker. De douche zijn schoon en lekker warm. In schone kleren vol je je weer een beetje mens. 
Er druppelen wat pelgrims binnen. Maar een bekende. Door Bilbao raak je elkaar kwijt. De een blijft wat langer. De ander loopt een hele lange route. Het is prima. We maken een kop thee en bekijken de apps. Aangezien al ons proviand op is gaan we op zoek naar een supermarkt en vullen de voorraad aan. Je merkt dat dit stad niet zo ingericht is op toeristen. Je kunt echt pas eten vanaf 20.00 uur. Was in Bilbao trouwens ook zo. Dus we eten een broodje en trakteren ons zelf op een stuk kaas.
Ach en zo is de dag ook weer goed! 







dinsdag 19 april 2016

De zesde dag van Gernika Luno naar Lezema. 22 km


Vanmorgen was er een ontbijt in de herberg. Makkelijk! Lekker 2 koffie en twee sinaasappelsap. Gisteravond hebben we ook een liter water gedronken en nog thee. Mijn waterhuishouding is gelijk weer op orde, want na een half uur lopen moest ik plassen. Dat is met de rugzak een hele hapening. Het was inmiddels ook al weer warm, dus gelijk mijn jas uit en wat te drinken. We begonnen met een temperatuur van 7 graden, maar als je gelijk weer moet klimmen, heb ik het althans, direct smoorheet. Ik vond het klimmen best zwaar, maar het is nooit zover dat ik er helemaal flauw van ben. En als ik dan maar even weer wat recht kan lopen, herstel ik ook direct weer. Het was vandaag ook weer klimmen en dalen, maar niet zo heftig als eerdere dagen. Ik denk dat het deze dag 500 meter klimmen was. Dus het viel mee. Het weer was schitterend. Koud begonnen, maar om half negen al in de korte broek. Het was wel een route, zonder dorpjes met een bar. We proberen elke 2 uur even te stoppen. Als ik te lang doorga loop ik door mijn energie heen en wil ik niet meer eten. Dan ben je eigenlijk al te laat.
Dus toen er ergen in het bos twee redelijke stenen waren, hebben we ons elk op een steen neer gevlijd en een yogurtje met een broodje vlees soldaat gemaakt. We waren niet de enigen die trek hadden. Er verscheen ook een hond. Het dier zag er wel goed verzorgd uit en had een halsband, maar was niet van het vlees weg te krijgen. De zak ging van MijnHerbergmaatje naar mij. En omgekeerd. Je hoort wel verhalen over honden, dus had mijn stok al te pakken om als het nodig was een mep uit te delen. Voordat het echt ernstig werd, droop de hond af. Was wel even spannend. 
Onderweg kwamen we steeds dezelfde pelgrims tegen: 2 Franse mannen, een Frans echtpaar, een Duitse man, een Oostenrijker. De Franse ICT jongen, nog een Candees meisje en een Duiste man. 
En thats it. De Oostenrijkse man maakte het zich wel erg gemakkelijk. Had zelfs een picknick kleedje bij zich. Deze heb ik zelf geskipt i.v.m. de grammen. En deze hoeveelheid pelgrims is alles wat je tegen komt. Dat is op de Camino del Frances wel anders. Roncevalles heeft wel plek voor 600 mensen. Dus dagelijks zijn er hier nu zo'n 10 tot 12 pelgrims onderweg. Je komt niet makkelijk met elkaar in contact, omdat mensen op deze weg niet gericht zijn op het samenlopen. En dat is prima. De herbergen zijn ook kil en kaal. We snappen het nu ook wel dat de mensen in de herberg in St Jean de Porte het zo geweldig vonden. Als je dit gewend bent onderweg en je treft dan zo'n herberg als Le Chemin. Vanmorgen stonden de stoelen nog omgekeerd op tafel waar we vannacht hebben geslapen. Als je eten wilt til je een stoel weg. Dat is wel een verschil met de kaarsjes, bloemetjes, schaaltjes en allerlei soorten brood van Le Chemin de Esprite.
De route was erg mooi en af en toe troffen we een pelgrim. Rond 13.00 uur was de eerste bar. Een kopje koffie smaakt dan wel heel erg lekker. 
Na vervolgens een kort stukje kwamen we in Lezama. Helaas was de herberg niet open. Daarom maar met de bus naar Bilbao. Samen met de Fransman en de Oostenrijker hebben we de bus genomen.
In de app die ik heb stond een herberg en met een kaartje van de touristoffice bereikten we rond 17.30 uur een herberg. Gelukkig was er plaats in de herberg en samen met de twee mannen liggen we op een kamer. Ik verbaas me over hun rugzakken. Ik denk zeker rond de 15 kilo. Volgens de kerels echt niet. Maar wat er uit de rugzakken komt....... Handdoeken van een 1 meter bij 2 meter. Ze hebben allebei een waslijn...die spannen ze helemaal rond hun bed en daar hangt hun was aan. Het zijn dus geen grammenjagers. Ik ben niet zo van het wassen, maar ik rook mezelf. Dus toch maar de kleren gewassen vandaag.Het is echt een stadsherberg, geen waslijn. Om nou de mannen te vragen of onze was bij hun rond bed mag hangen, gaat wat te ver.
We raakten aan de praat. Ze lopen beide tot Santiago. Ik hoop dat het ze het volhouden, want een heeft last van de achilleshiel. De ander heeft last van de knie. De een is treeworcker net als Zoonlief. Dus gespreksstof te over. Inmidels is het half zeven. In de altstad kun je lekker eten volgens de herbergier die zelf er uit ziet of hij ook van lekker eten houdt!  Maar wel om 20.00 uur. Dus we scoren in de altstad een glas rode wijn met een pinto. Om acht uur kunnen we terecht in een leuk echt Spaans tentje. MijnHerbergmaatje krijgt een stuk rundvlees: beef, bord vullend. En nog half rouw. Ik dacht dat ik inktvisringen kreeg, maar het waren volgens mijn mosselen. Ik kreeg een schaal met een zwarte saus. En wat er in zat leek op een grote soort mosselen. ik durfde ze niet te eten. Zag me al de hele nacht brakend boven de wc hangen. Ik mocht gelukkig iets anders. Door het middels donkere Bilboa lopen we rond 21.30 terug naar de herberg. Het is onvoorstelbaar druk. Allemaal nog mensen met boodschappen, kinderen. 
In de herberg zijn onze kamergenoten ook nog wakker. Dus het is lastig een blog te schrijven met deze inmiddels wat uitbundige mannen. 










maandag 18 april 2016

De vijfde dag van Markina naar Gernika lugo 23 km

Op de promenade van Gennika om 19.00 uur schrijf ik dit blog, Heerlijk in de zon. En dat na zo'n mistroostig begin van de dag. Eten is nog wat vroeg voor Spaanse begrippen. Dus we hebben een blikt Kas, een zeer bekend merk Sinas in Spanje. Wat fritjes chips voor het zout en een stuk chocola als energie "boost". MijnHerbergmaatje is aan het pinnen. En ik pas op onze spullen. Pinnen is een hele operatie. En inderdaad MijnHerbergmaatje kreeg de pas eerst niet terug. Na de derde transactie kreeg ze het signaal dat de tijd verstreken was en wipte het pasje eruit. Ik had bij verschillende banken ook al pogingen gedaan en moest steeds mijn telefoonnummer opgeven. Dat lukte niet wat ze hebben hier maar 9. Bij deze bank lukte het mij wel en ik dacht: "Ik pin maar veel. Dan kan ik er een aantal dagen tegen. " Eerst kwam keurig mijn pasje en na heel, heel lang wachten, ik begon al een beetje paniek gevoelens te krijgen,kwam eindelijk het geld. Voorlopig kan ik weer een tijd vooruit. Het leven is niet zo duur op de Camino. Vanmiddag hadden we als lunch een cafe con leche en een groot stuk stokbrood met tortilla. €2,70 en een hele vriendelijke bediening. Het meisje sprak een woordje Engels en dat maakt het gelijk een stuk eenvoudiger. het poetste ondertussen de wc en had een rockversie van het Halleluja van Bach op staan. Dan kom je anders binnen.
Omdat er veel minder mensen onderweg zijn en mensen wat meer op zichzelf zijn, zijn de gesprekken veel minder. Wij lopen ook met z'n tweeën en misschien maakt dat ook dat mensen je minder aanspreken. Het is echt een andere vorm van Camino lopen. Maar ik vind het prima. Het is zo gek dat na 5 dagen alles van thuis zo naar de achtergrond verschuif. Het is heerlijk om zo lichamelijk bezig te zijn. Deze route is ook anders qua lopen. Door de afwisseling van klimmen, dalen, recht lopen, klauteren ben je de hel tijd met andere spieren bezig. Ik heb beduidend minder spierpijn, maar dat kan ook liggen aan het veel lichtere gewicht van mijn rugzak. Ik ben wel moe bij aankomst, maar niet helemaal uitgeblust zoals andere jaar. We doen over de dagetappes ook lang. 24 km in 8 uur. Anders lopen we dit in 6 uur. Het klauteren en dalen vraagt wel veel tijd. Even een stuk hurry up lopen is er niet bij.
Ik ben ook blij met het gezelschap van MijnHerbergmaatje. Deze route als vrouw alleen lopen is wel heel erg eenzaam. Je kunt elkaar ook opbeuren en aanmoedigen tijdens het lopen.
Vanmorgen vertrokken we rond 7 uur naar een bar. Dat is toch ook wel een cultuurschok. In een piepklein plaatsje is dan een barretje open en deze zit vol gasten die de krant lezen of even kletsen en ontbijten. Ook de plaatselijke politie schuift even aan. Dat kennen we niet zo. Na een ontbijt van een cholade crosant ving te tocht weer aan. Het was mistig. Volgens mij zo'n zeemist. Net geen regen, maar ook niet helemaal droog. De route liep een lang stuk langs de rivier. Mooi groen met bomen die langzaam aan in blad komen. Een prachtig gezicht. Na 2 uur klimmen en dalen langs de rivier waren we toe een een sterke kop koffie. De bar was open stond er bij het bord aan de route. Helaas..... Na 16.00 uur 's middgs. Gelukkig was een een voorportaaltje met stoelen en daar doeken we in onze tas met proviand. We vonden nog wat Spaanse crackers die je alleen buiten kunt eten in verband met het kruimelen en met drie slokken water was die de "break". We waren helemaal koud van de nattigheid en het zweet. Na een klooster waar alles dicht was, behalve de wc, ging het weer de bergen in. Een grote glibber- en glijpartij. Met ski's ging het vast beter dan met de wandelschoenen. Verderop waren mensen bezig met het pad. Het is jammer van het authentieke van het pad. Maar het is zelfs met droog weer niet te lopen. Levensgevaarlijk. Als je komt te vallen kun je uren alleen in hier in de modder liggen. De route vandaag is afwisselender dan gisteren. Toen was het alleen bos wat de klok sloeg. Nu lopen we langs dalen, beekpadjes en bergstukjes. Ze zijn overal aan het boomzagen. Hele velden zijn kaal. Ergens zag ik stukje nieuwe aanplant met eucalyptusbomen. Ik dacht ergen te hebben gelezen dat deze mono cultuur rampzalig is voor de natuur. Onder de eucalyps kan niets groeien. Maar er zal ook hier brood op de plank moeten. 
In de middag brak de zo'n door en liepen we door prachtige dalen. Mooie groene weiden met bloemen en langs stromende beekjes. Onderweg raakten we aan de praat met een Franse jongen. Hij liep letterlijk, dwalend en dartelend door het bos. Een gebreien trui onder zijn arm. Een schoudertas over zijn schouder en een soort eastpack op zijn rug. Een hoofdje op zijn hoofd. En het mooiste op gewonen schoenen. Hoe hij het doet is me een raadsel. Zíjn schoenen zien er steeds keurig uit. Waarschijnlijk maakt hij ze steeds schoon. Als je mijn schoenen ziet. Zou ze thuis nog niet eens buiten neer mogen zetten. Ik schaam me er voor als ik een bar kom. De hele vloer is gelijk een smeerbende.  We hadden hem gisteren ook al gezien. Na wat aarzelend groeten en wat opmerkingen over de weg raakten we wat aan de praat. Hij blijkt in de ICT te werken. Zit tussen twee banen in. Hij spreekt drie woorden Engels en ik zes woorden Frans. Gelukkig spreekt MijnHerbergmaatje wat meer woorden Frans. De conversatie is dan wel erg moeizaam.
Om een uur of 17.00 uur komen we bij de herberg. In dit geval een jeugdherberg. Ze zijn zo bang voor bedbugs dat we de rugzak niet mee naar de slaapzaal mogen nemen. Dus je krijgt een vuilniszak mee voor je spullen. Ik voel me net een zwerver. We liggen in het onderste stapelbed. Maar deze zijn zo kort op elkaar dat zodra je hoofd omhoog gaat, je hoofd al stoot.
Het kostte even wat tijd om een eetadresjex te vinden. Barretjes genoeg maar echt eten minder. Daarom nemen we een menu pintos. 7 hapjes. Erg lekker. Omdat het nu koud en donker begint te worden besluiten we binnen te zitten. Daar zitten we tussen de spelende kinderen, groepen pubers, bejaarden. De een schreeuwt niet harder dan de ander. En alles wat je niet meer nodig bent Gooise op de grond. Tja, zo kan het ook.






De vierde dag van Deba naar Markina-Xemein 24 km

Er is geen WiFi. Ik weet niet wanneer deze blog geplaatst kan worden. We zitten nu een behoorlijkheid eind in binnenland in. Markina-Xemein is een mijnwerkersstadje. Armoedige en kaal. In de bergen zie je dat hele hellingen voor ijzererts worden afgegraven. hier is alleen een herberg in de maanden juli en augustus. Dus we zitten nu particulier ergens. De uitbaatster heeft een apartement en we slapen op een private kamer. In de huiskamer staan stapelbedden. Wij hebben een dubbel room. Was even wat duurder maar na een nacht op de slaapzaal is dit wel lekkerder.
Vanmorgen stond ik, na voor mijn gevoel bijna slapeloze nacht, om 6.30 uur naast het bed. Na een ontbijt in het cafeetje tegenover de alberge liepen we om 7.45 uur. Het was een heftige dag. Het eerste stuk was veel klimmen. Bijna 250 meter moesten we klimmen. In een bos met stenen en modder.  Je ziet niets. Gelukkig was het weer goed. We begonnen in onze jassen, maar na een kwartier waren we zonder jas. Het was denk ik een rondje die veel Spanjaarden ook op de zondag doen. Hardlopen, mountainbike, paardjerijden op de moter, van alles haalde ons in. Na anderhalf uur om gebibber tegen te gaan hebben we een broodje gegeten midden op het pad. Op een paar stenen. De rest was modder. We hadden ons nog niet geïnstalleerd en waren breeduit bezig om selfies te maken( het zag er niet uit) of er kwamen mensen met paarden aan. Later kwam nog een groep mountainbikers. Na een broodje en een yogurtje konden we weer verder. Na weer een fikse tippel door een schitterend dal, kwamen we langs een een bar waar we de koffie goed lieten smaken. Het was dalen en klimmen. Veel door het bos. De tocht was saai na twee dagen met prachtige uitzichten. Veel omgehakt bos voor waarschijnlijk de ijzerproductie. Het was een zware wandeling. Ik weet uit ervaring dat ik moet eten. Als ik te lang wacht heb ik geen eetlust meer en ben ik niet meer aanspreekbaar. Om dit voor te zijn hebben we bij een vervallen huis op de stoep weer een broodje gegeten. Inmiddels zijn we al twee keer iemand tegen gekomen met problemen. Een met de voet en een met de achilleshiel. Ik ben wat dat betreft een schijterd. Ben als de dood dat ik iets krijg met mijn benen en voeten. Ik heb inmiddels te vaak gezien dat mensen dan de toch af moeten breken. De tocht van vandaag was op het maximum van wat ik aan kan. En dat al na de derde dag. Meestal begin ik langzamer. Op het eind was er nog een hele steile afdaling. Wij dachten wel 30%. Enkele Duitse mannen die we vandaag ook steeds tegen kwamen zeiden hoog uit 17%. Zij kunnen het weten, want zij hebben meer bergen dan wij in Holland. Mijn kuiten doen zeer. De afdaling aan het eind was een hel. Wel 3 km strak dalen. Afschuwelijk. Ik houd mijn hard vast als MijnMaatje komt. Hij heeft altijd last van de knieën. Dit komt vast niet goed. Morgen moet de route echt even wat korter. 
In het plaatsje Markina aangekomen bleek de herberg dicht. Hoewel ik steeds de moed erin had kunnen houden, het was droog, het was niet koud etc., zakte me nu de moed naar mijn tenen. De man die ons hielp op onze vraag naar de herberg bleek na een heel verhaal over een herberg nog twee uur verder, een alternatief te hebben. Hij belde voor ons naar de private uitbaatster. Zij had nog plek voor de oranje en lila signoritas. We moesten nog weer 500 meter lopen, met een gevoels waarde van wel 2 km, maar de dame stond op de uitkijk en zwaaide ons vrolijk tegemoet. Haar dochter kreeg instructies om ons naar het appartement te brengen. 4 hoog. Het venijn zit altijd in de staart! We mochten gelukkig met de lift. MijnHerbergmaatje voorop en ik er achter. Het was een smalle lift dus we zaten als haringen in de lift. We kregen nog een fikse duw van de dochter en zo stonden we opgepropt in de lift. Dat was nodig, want anders wilde de deur niet dicht. De rugzakken staken te ver uit. We kregen de slappe lach. Brullend van de lach hingen we tegen elkaar aan in de lift. Het appartement is prachtig. We hebben wel drie dekbedden, dus het wordt vast koud. We hebben direct de bedden uitgeprobeerd. Het beloofd qua bed een goede nacht te worden.
Dus we zitten hier nu een compleet lemongroene kamer. Het duizelt je voor de ogen.
Het menu del dia was weer onvolprezen Spaans. De uitbaatster was heel vriendelijk en kon haar gerechten tenminste in het Engels aanprijzen. Ze snapte ook dat we allebei iets te eten wilden.Ik heb macaroni genomen en MijnHerbergmaatje een salade. Dat hebben we samen gedeeld. Met weer een fles Vino tinte en een fles water. Mijn urine is namelijk bijna zwart. Te veel zweten en te weinig drinken. Daarna nog weer friet met een zeer dun lapje varkensvlees met veel zout. Als toetje een sinaasappel en een mandarijn. En dat voor 10 euro. Ik heb niet zoveel inspiratie: de moeheid en de wijn zorgen voor dit zeer triviale verslag. Voor morgen beloof ik beterschap.









zaterdag 16 april 2016

De derde dag van Zarauts naar Deba 23 km

Vanmorgen ging de wekker weer om 6.30 uur. Ik was wel eerder wakker geweest, maar na een hoofdstuk luisterboek was ik zo weer vertrokken. Binnen een half uur waren we klaar en liepen we al op de promenade. Een prachtig gezicht. De zon kwam op en dat gaf een prachtig kleur op de baai. Het was niet koud dus na een kwartier hadden we de trui al uit. Er was geen bar open. Dus zo maar aan de wandel. Na een uur kwamen we in een klein stadje. Daar was een schattig barretje. Net geopend leek het. Heel mooi opgeknapt. De mensen van de bar spraken Engels en dat is ook heel prettig. Dus dan kun je wat makkelijker communiceren. Ze glommen van trots toen we zeiden dat alles er zo leuk uit zag. Ze waren net een maand open. De bar ligt langs de route dus dat beloofd veel. Al zijn er nu nog niet zoveel pelgrims op pad.Na een heerlijk ontbijt: café con leche , vers geperst sinaasappelsap en een toost van een meergranen stokbrood voor maar €4,50 trokken we verder. Weer omhoog van de rivier naar de bergen. Het zijn maar korte klimmetjes, maar wel heftig. We denken ongeveer 20 tot 25%. Bovengekomen was het landschap prachtig. Groene glooiende weiden, de zee de blauwe lucht. Na een uurtje hebben we de pijpen afgeritst. Bij een volgend stadje was een haven en we zagen mensen in roeiboten de zee op gaan. Een leuk gezicht. In de haven hebben we een broodje op een bankje opgegeten. En natuurlijk moet je van de rivier weer omhoog de bergen in. Weer even groen en prachtig. Ik denk dat het voor mijn kuiten de afwisseling goed is. Ik herinner me van vorig jaar steeds dat ik zo stijf was. Nu was in beter getraind toen ik aankwam. Ik doe ook trouw mijn rek- en strek oefeningen. Door het klimmen en dalen over modder, zand, keien, asfalt is de weg wel heel afwisselend. We lopen niet hard. Ik denk zo'n 4 km per uur. Om een uur of 12 begon het te regenen. Eerst wat druppen en toen wel zo dat de poncho nodig was. Het kwam zo met bakken uit de hemel dat je blij bent dat je snel je poncho om kunt krijgen. Dat is nog wel een hele operatie. Tas af, poncho pakken, tas weer om. Poncho over je rugzak zien te krijgen. We zijn nu gelukkig met z'n twee zo dat je elkaar kunt helpen. Ik was prompt de regenval vergeten om om mijn rugzak te doen. De poncho is niet helemaal water dicht. Ik was bang dat mijn tas nat zou worden. Maar het regende zo, dat de rugzak af doen geen optie was. Op hoop van zegen dan maar. Ik had deze dag een van de kaartjes met een reflecterende vraag van mijn conciërge gepakt. het thema: waar heb jij vertrouwen in. We maakten er een beetje grapjes over: we vertrouwen er op dat er een bar komt met een kachel en koffie. Maar in geen velden of wegen. Na dik anderhalf uur in een vreselijke regen kwamen we eindelijk bij een bar. Gelukkige open. Dat is op deze Camino ook niet altijd zo. Het is niet druk en voor de enkele pelgrim kan zo'n bar niet open blijven. Na een een café con leche en nog een kop thee met suiker konden we er na een uur weer tegen aan. In de bar was WiFi en een sterke. Wat een afhankelijkheid. Op mijn eerste Camino had ik een Nokia en smste wat. Contact was via de mail. Nu ben je erg blij met elk WiFi punt. Kon dus lekker even appen met MijnMaatje thuis. Die is erg nieuwsgierig naar de omgeving en hoe het allemaal gaat. Ik kon hem vrij snel wat foto's sturen. 
In de stromende regen vertrokken we voor de laatste 6 km. En wat voor km. Heel sterk klimmen via eerst een afvaltweg en toen in een blubber weggetje. Wat ben ik blij met mijn stokken. Het schiet alleen niets op. Stapvoets lopen. Hartstikke warm in de poncho. Was na een kwartier van binnen net zo nat als van buiten. Zo ging het een dik uur door. Bij het dorpje Deba moesten we dalen. Eerst via een kelen blunderden en toen via een betonweggetje van zeker 30 % . Bloedlink. Spekglad. Was echt doodsbenauwd voor vallen en uitglijden. Eindelijk rond 4 uur bereikten we het dorpje. We vonden de herberg vrij snel. maar het venijn zit altijd in de staart. We moesten eerst naar de toeristoffice om ons te laten inschrijven. Met een sleutel en 5 euro lichter konden we opnieuw naar de herberg. En dat is wel heel leuk. Het pension van gisteren is heerlijk, maar in de herberg met pelgrims is het mooist. Onder mij slaapt een Janpanner. In het ander stapelbed ligt MijnHergbergmaatje onder en boven haar weer een Fransman. Er zijn geen Nederlanders. We hebben ook maar een vrouw gezien. Te zwaar voor vrouwen zei de Fransman. Ik was niet zoals andere jaren helemaal uitgeput na 8 uur lopen. Je loopt langer maar rustigere. Ik ben natuurlijk een diesel, niet snel maar wel ijzersterk. Als ik boven ben na een klimmetje ben ik eigenlijk ook heel snel weer hersteld.
We gaan naar een bar om wat te eten. Omdat er minder touristen zijn kennen ze niet het menu del dia. Na wat gekrakeel in het Spaans en wat spaarzame Engelse woorden wordt ons menu geserveerd. De Vino tinte is niet zo moeilijk. We krijgen twee beste bellen. Goed voor de aanvoer van calcium zullen we maar zeggen. Van te kijken er naar wordt ik al rozige. Het menu blijkt een bord te zijn met eten. We krijgen twee lege borden erbij met twee bestek sets. Volgens mij denken ze dat we samen in bord hebben besteld. Met al die iele Spaanse schonen is dit wel logisch. Maar twee pelgrims die 8 uur door de modder hebben gebaggerd willen elk een vol bord. We kunnen het hun niet duidelijk maken. De wijn en het ene bord maken we soldaat. Gelukkig zit er veel brood bij. Volgens MijnHerbergmaatje is dit bord gewoon twee porties. Voor een portie is het veel, maar voor twee weer te weinig. We gokken wat we nu moeten betalen. Het blijkt 12 euro te zijn. Omdat het weer droog is na een ontzettende onweersbui, besluiten we een winkel te zoeken voor proviand voor morgen. Er zijn morgen op de route geen dorpjes. Het wordt een beste tokkel, we moeten een keer 400 meter klimmen en een keer 250 meter. Dat klinkt wel niet veel, maar als dit weer dwars door het bos gaat in de modder en de keien, wordt het nog wel een dingetje. Gelukkig zijn er slaapplaatsen genoeg en kunnen we er de hele dag over doen. We hebben al geoefend in het lopen in de regen. Wat ben ik blij met mijn stokken. Anders werd het wel een hele operatie.
Na de boodschappen belanden we nog weer in een bar. Allerlei hapjes staan op de bar en we nemen nog een tortilla met kaas en ham en nog een glas rode wijn. Ik sta inmiddels niet meer zo vast op de benen. 
Er waren nog bedden leeg toen we weggingen. Ik had me voorgenomen om dan toch nog een onder bed te nemen. Bij de herberg aangekomen zijn alle bedden vol. Ik probeer helder te denken wat ik nog moet organiseren. Dat valt niet mee, want ondanks mijn geringe reukvermogen, word ik bijna onwel,van de kamferspiritus die sommige mensen rijkelijk op hun benen en voeten smeren. Het in bed klimmen, is een hele operatie. Dus er uit en er in is geen optie.  Onde mij ligt een Japanner, die heeft gewoon zijn rugzak omgekeerd. Tussen zijn pruttel door hijs ik mij naar boven. De Japanner knort al vrolijk weg en MijnHerbergmaatje stopte halverwege de zin en is ook al naar dromenland vertrokken. Zal benieuwen hoe het morgenvroeg gaat. We liggen met 12 mensen op de slaapzaal en er zijn nu nog maar 4. Dus er komt nog een groep laat terug van het eten. De Japanner staat vast vroeg op. Wij willen ook niet laat. Maar het is de Camino: we zien het wel.